aanvliegen

aanvliegen
{{aanvliegen}}{{/term}}
I 〈overgankelijk werkwoord〉
[aanvallen] se jeter sur
[luchtvaart]transporter par avion
[luchtvaart]s'approcher de
voorbeelden:
1   de hond vloog de man aan le chien se jeta sur l'homme
II 〈onovergankelijk werkwoord〉
[in een richting vliegen] se précipiter (vers)
[snel ontbranden] s'enflammer tout à coup
voorbeelden:
1   de ziekenauto kwam aanvliegen, aangevlogen l'ambulance arriva à toute allure
     woedend vloog hij op mij aan il me sauta dessus, furieux
     tegen iets aanvliegen entrer en collision avec qc.

Deens-Russisch woordenboek. 2015.

Игры ⚽ Нужна курсовая?

Share the article and excerpts

Direct link
Do a right-click on the link above
and select “Copy Link”